Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain"

Vrijmetselarij

tools

Wat is Vrijmetselarij?

Het is onmogelijk de essentie van de Vrijmetselarij in enkele woorden samen te vatten. Het ligt in het ondogmatisch wezen van de Vrijmetselarij dat men zeer verschillend over haar denkt. Wel kan men diverse kenmerken van de Vrijmetselarij opnoemen. Geen van deze zal echtereen duidelijk antwoord kunnen geven op bovenstaande vraag. Men moet eerst de Vrijmetselarij beleven alvorens tot een beschrijving ervan over te gaan, en zelfs dan zal dit uitsluitend een individuele momentopname blijken te zijn.

Hier volgen enkele definities en uitspraken over de Vrijmetselarij :

Vrijmetselarij is:

"In de Vrijmetselarij streven de leden naar vriendschap,
liefde en rechtschapenheid voor de medemens".

Een vriendschap die zich verheft boven alle denkbeeldige maatschappelijke onderscheidingen, vooroordelen van godsdienstige aard, en de geldelijke omstandigheden van het leven. Een liefde die geen grenzen, geen ongelijkheid of vergankelijkheid kent. Een rechtschapenheid die de mens bindt aan de eeuwige wet van plicht jegens zichzelf en anderen.

"Vrijmetselarij is de werkzaamheid van leden in Logeverband".

De leden in een Loge arbeiden met gebruikmaking van symbolische vormen, hoofdzakelijk ontleend aan het bouwgilde en aan de bouwkunst, hetzij individueel, hetzij als groep, voor het welzijn van de mensheid. Zij streven ernaar zichzelf en anderen te verbeteren om daardoor een universeel verbond der mensheid tot stand te brengen. Dit is wat zij thans reeds trachten op kleine schaal te verwezenlijken.

Vrijmetselarij en de vrouw?

De vraag of de vrouw in de Vrijmetselarij kan worden ingewijd is een oud probleem. In de "Oude Plichten" , uiteengezet in het gezaghebbende boek "Anderson's Constitutions" van Dr. James Anderson, in 1723 uitgebracht op verzoek van de Engelse Grootloge een masculiene loge d.w.z. alleen toegankelijk voor mannen staat:

"Degenen die toegelaten worden als lid van een Loge moeten goede en oprechte mannen zijn, vrijgeborenen en van rijpe en discrete leeftijd, geen lijfeigenen, geen vrouwen, geen immorele of aanstootgevende mannen, maar van goede naam".

Ondanks dit, nog geldend verbod, zijn er in de loop der jaren toch vrouwen ingewijd in Loges die alleen uit mannen bestonden. Maar dit zijn individuele gevallen en leidde niet tot een algemeen besluit de vrouw, als gelijkwaardige, te laten toetreden tot de Vrijmetselarij.

Adoptieloges

Anders is het met de zogenaamde Adoptieloges die reeds in 1730 in Frankrijk werden opgericht. Adoptie vrijmetselarij (adoptie=beschermd) stond onder voogdij van de bestaande masculiene Loges en wijdde vrouwen in met een aangepast rituaal. Ook in Nederland is er in 1751 een Adoptieloge geweest, maar tot een duidelijke organisatie kwam het niet. In Frankrijk wel en deze Loges kunnen in zekere zin gezien worden als voorloper van de gemengde Vrijmetselarij zoals die in 1893 in Parijs tot stand kwam.

De oprichting Ordre Maconnique Mixte International "Le Droit Humain"

De maatschappelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de 19e eeuw leidde tot het ontstaan van vele bewegingen die opkwamen voor gelijke rechten voor de vrouw. Maria Deraismes, actieve propagandist voor de rechten van de vrouw, trok de aandacht van vele Vrijmetselaren die jarenlang hadden gepleit voor gelijke behandeling van de vrouw met betrekking tot de toelating tot de Vrijmetselarij. Omdat dit voortdurend geen gehoor kreeg, scheidde tenslotte een twaalftal Loges zich af van het Grootoosten van Frankrijk en richtte in 1879 een eigen "Grande Loge Symbolique" op. De leden van één van de hierbij aangesloten Loges "Les Libres Penseurs du Pecq" besloten op eigen initiatief over te gaan tot het inwijden van een vrouw die veel betekende voor de vrouwenemancipatie. Gezien de bekendheid die Maria Deraismes genoot, was zij de aangewezen vrouw die ingewijd werd in een masculiene Vrijmetselaarsloge.

Al woonden vele vooraanstaande Vrijmetselaren uit andere Loges haar plechtige inwijding op 14 januari 1882 bij, was niet iedereen het met deze ontwikkeling eens. Omdat de Loge met schorsing werd bedreigd trok Maria Deraismes zich voorlopig terug. Bijna elf jaar lang bleven vele Vrijmetselaren pleiten voor toelating van de vrouw. Hun pogingen waren tevergeefs. Zo is het te verklaren dat Maria Deraismes op 4 maart 1893, met voornamelijk steun van één van de vooruitstrevende Vrijmetselaren uit haar kennissenkring, Dr. Georges Martin, de "Grande Loge Symbolique Ecossaise de France Le Droit Humain" oprichtte. De nieuwe Grootloge stond open voor allen, zonder onderscheid van geslacht, godsdienst of ras. Maria Deraismes overleed kort daarna in februari 1894. Georges Martin nam hierna de leiding op zich om de idealen tot bloei te brengen, die tot de oprichting van een gemengde Vrijmetselarij hadden geleid. Er waren aanvankelijk nog vele problemen, maar tezamen met zijn echtgenote, Maria en een groep toegewijde werkers werden deze één voor één overwonnen. Vijf jaar later werd, wegens de steeds uitbreidende internationale belangstelling, de naam veranderd in Ordre Maconnique Mixte International "Le Droit Humain" ("Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain"). Dankzij de vasthoudendheid van enkele maçons -en vooral van Georges Martin- bestaat er een Internationale Orde die, op gelijke voet, zowel mannen als vrouwen toelaat. In elk land waar daartoe behoefte bestaat kan een nationale afdeling worden opgericht.

Oorsprong en groei van de Vrijmetselarij

Vroege ontwikkelingen

Over de oorsprong van de Vrijmetselarij is heel weinig met zekerheid te zeggen. Er zijn veel oude overleveringen die verwijzen naar de bijbelse en profane geschiedenis, de oude mysteriën en allerlei geheime genootschappen, maar het is de vraag in hoeverre men ze voor geschiedkundig juist kan houden. Zij zijn er veelal op gericht te bewijzen dat de Vrijmetselarij haar leden wil laten beseffen dat het noodzakelijk is te zoeken naar geestelijke groei en te streven naar broederschap om te komen tot "de universele broederschap", en dat is de eenheid van al wat leeft. In dit opzicht heeft de Vrijmetselarij vele voorgangers, maar een historische samenhang is nooit bewezen.

Huidige vorm

Wat de huidige vorm van Vrijmetselarij betreft kan men het gebruik van bouwsymboliek duidelijk in verband brengen met de oude metselaars- of bouwgilden. Men moet zich wel afvragen of de maçonnieke lering, zoals wij die kennen, al in de gilden werd onderwezen. Er bestaat nu nog een Frans operatief verbond van rondtrekkende gezellen, de "Compagnonnage", waarvan wij weten dat de kandidaten leren dat hun werktuigen symbolen zijn van diepere kosmische wetten en waarheden, en dat hun levenshouding daarmee in overeenstemming moet zijn.

Men kan hieruit concluderen dat dit ook in operatieve bouwgilden gebeurde. Of dit voor andere gilden gold is niet bekend. In ieder geval heeft de hedendaagse Vrijmetselarij nog veel overeenkomsten met de bouwgilden, zoals de rangorde : leerling, gezel en meester, het begrip "Loge" voor werkplaats, het kiezen van de meester en andere functionarissen van de Loge en het gebruik van bouwwerktuigen als symbolen.

Dat een leerling leert zijn werk in groter verband te beschouwen komt zowel het werk als de werker ten goede. Wordt er op de juiste wijze een beroep gedaan op onze innerlijke moraal dan raakt dit tevens onze intuïties. Dit is het mysterie waaraan zowel de Compagnonnage als de Vrijmetselarij hun leven en bloei te danken hebben.

Het gevoel van solidariteit, van broederschap, van eenheid is de belevenis die door de Compagnonnage, door de Vrijmetselarij en door andere mysteriescholen wordt beschreven als de meest waardevolle. Deze verwantschap is geen bewijs van afstamming in de vorm maar er loopt een rode draad door alle wegen die zijn bewandeld op de pelgrimstocht naar het licht van meer bewustwording en (zelf)kennis.

Wij weten uit archieven dat de bouwgilden opdracht kregen van de Orde der Tempelieren.

Of de contacten uitsluitend zakelijk waren is niet bekend en er is ook geen bewijs voor de bekende overlevering, dat aan vervolging ontkomen Tempelridders, in Schotland verbinding zochten met de Vrijmetselarij. Het is moeilijk historisch vaststaande feiten te verzamelen over besloten genootschappen.

Hoe dan ook, vele tradities en overleveringen hebben de tand des tijds kunnen weerstaan. Eén van deze tradities schrijft de Vrijmetselarij verwantschap toe met de oude mysteriën, met de Manichaeërs, de Katharen, de Waldenzen, de Tempelieren, de Graalridders, de Troubadours, de Kabbalisten en de Alchemisten. Dit gegeven en het feit dat in de verschillende graden die de Vrijmetselarij kent de leringen van deze groeperingen terug te vinden zijn, wijst erop dat men de verwantschap gevoeld of zelfs geweten heeft. Het contact met, de als Rozenkruisers bekend staande geleerden in de 17e eeuw, staat wel historisch vast. De vraag is of deze dragers van een verborgen traditie de bouwgilden uitgekozen hebben om deze traditie voort te zetten. Vele feiten pleiten voor deze veronderstelling.

Onderzoek heeft vooral in Engeland een serie oude manuscripten over de bouwgilden en hun regels, "Constitutions of Charges" genaamd, aan het licht gebracht. Deze zijn in Nederland bekend als "Oude Plichten". Het oudste op perkament geschreven boekje uit ongeveer 1390 is bekend als het "Regius-" of "Halliwell-manuscript". Uit het begin van de 15e eeuw kennen wij het "Cooke-manuscript", in 1861 voor het eerst uitgegeven door M. Cooke en naar hem vernoemd. Het bevat de geschiedenis van de "waardige wetenschap der Geometrie" en de plichten van de Vrijmetselarij. Een vertaling hiervan is te vinden in een boek van P.J. van Loo, getiteld "Inleiding tot de geschiedenis van de Vrijmetselarij".

Men kent verschillende door de bouwgilden gebruikte handschriften, o.a. de Constituties van de "Bruderschaft der Steinmetzen". In één van hun overleveringen wordt Albertus Magnus genoemd, die in de 13e eeuw de Gothische bouwstijl zou hebben geïnspireerd. Bij de geschriften van de Franse Compagnonnage is er verwezen naar vele figuren die in de Vrijmetselarij een grote rol spelen. Dergelijke legenden schijnt men nauwelijks te kennen bij andere gilden en dat is misschien de reden dat juist het bouwgilde met zijn esoterische, op de geometrica gegrondveste leringen, de mystiek aantrekt.