Vrijmetselarij en de vrouw?

De vraag of de vrouw in de Vrijmetselarij kan worden ingewijd is een oud probleem. In de "Oude Plichten" , uiteengezet in het gezaghebbende boek "Anderson's Constitutions" van Dr. James Anderson,  in 1723 uitgebracht op verzoek van de Engelse Grootloge  een masculiene loge d.w.z.  alleen toegankelijk voor mannen staat: 

"Degenen die toegelaten worden als lid van een Loge moeten goede en oprechte mannen zijn, vrijgeborenen en van rijpe en discrete leeftijd, geen lijfeigenen, geen vrouwen, geen immorele of aanstootgevende mannen, maar van goede naam".

Ondanks dit, nog geldend verbod, zijn er in de loop der jaren toch vrouwen ingewijd in Loges die alleen uit mannen bestonden. Maar dit zijn individuele gevallen en leidde niet tot een algemeen besluit de vrouw, als gelijkwaardige, te laten toetreden tot de Vrijmetselarij.

Adoptieloges

Anders is het met de zogenaamde Adoptieloges die reeds in 1730 in Frankrijk werden opgericht. Adoptie vrijmetselarij (adoptie=beschermd) stond onder voogdij van de bestaande masculiene Loges  en wijdde vrouwen in met een aangepast rituaal. Ook in Nederland is er in 1751 een Adoptieloge geweest, maar tot een duidelijke organisatie kwam het niet. In Frankrijk wel en deze Loges kunnen in zekere zin gezien worden als voorloper van de gemengde Vrijmetselarij zoals die in 1893 in Parijs tot stand kwam.

De oprichting   Ordre Maçonnique Mixte International "Le Droit Humain"

De maatschappelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de 19e eeuw leidde tot het ontstaan van vele bewegingen die opkwamen voor gelijke rechten voor de vrouw. Maria Deraismes, actieve propagandist voor de rechten van de vrouw, trok de aandacht van vele Vrijmetselaren die jarenlang hadden gepleit voor gelijke behandeling van de vrouw met betrekking tot de toelating tot de Vrijmetselarij. Omdat dit voortdurend geen gehoor kreeg, scheidde tenslotte een twaalftal Loges zich af van het Grootoosten van Frankrijk en richtte in 1879 een eigen "Grande Loge Symbolique" op. De leden van één van de hierbij aangesloten Loges "Les Libres Penseurs du Pecq" besloten op eigen initiatief over te gaan tot het inwijden van een vrouw die veel betekende voor de vrouwenemancipatie. Gezien de bekendheid die Maria Deraismes genoot, was zij de aangewezen vrouw die ingewijd werd in een masculiene Vrijmetselaarsloge. 

Al woonden vele vooraanstaande Vrijmetselaren uit andere Loges haar plechtige inwijding op 14 januari 1882 bij, was niet iedereen het met deze ontwikkeling eens. Omdat de Loge met schorsing werd bedreigd trok Maria Deraismes zich voorlopig terug. Bijna elf jaar lang bleven vele Vrijmetselaren pleiten voor toelating van de vrouw. Hun pogingen waren tevergeefs. Zo is het te verklaren dat Maria Deraismes op 4 maart 1893, met voornamelijk steun van één van de vooruitstrevende Vrijmetselaren uit haar kennissenkring, Dr. Georges Martin, de "Grande Loge Symbolique Ecossaise de France Le Droit Humain" oprichtte. De nieuwe Grootloge stond open voor allen, zonder onderscheid van geslacht, godsdienst of ras. Maria Deraismes overleed kort daarna in februari 1894. Georges Martin nam de verder leiding op zich om de idealen, die tot de oprichting van een gemengde Vrijmetselarij hadden geleid, tot bloei te brengen. Er waren aanvankelijk nog vele problemen, maar tezamen met zijn echtgenote, Maria en een groep toegewijde werkers werden deze één voor één overwonnen. Vijf jaar later werd, wegens de steeds uitbreidende internationale belangstelling, de naam veranderd in Ordre Maconnique Mixte International "Le Droit Humain" (de "Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij "Le Droit Humain"). Dankzij de vasthoudendheid van enkele maçons -en vooral van Georges Martin- bestaat er een Internationale Orde die, op gelijke voet, zowel mannen als vrouwen toelaat. In elk land waar daartoe behoefte bestaat kan een nationale afdeling worden opgericht.

De oprichters in beeld