Oorsprong en groei van de Vrijmetselarij

Vroege ontwikkelingen

Over de oorsprong van de Vrijmetselarij is heel weinig met zekerheid te zeggen. Er zijn veel oude overleveringen die verwijzen naar de bijbelse en profane geschiedenis, de oude mysteriën en allerlei geheime genootschappen, maar het is de vraag in hoeverre men ze voor geschiedkundig juist kan houden. Zij zijn er veelal op gericht te bewijzen dat de Vrijmetselarij haar leden wil laten beseffen dat het noodzakelijk is te zoeken naar geestelijke groei en te streven naar broederschap om te komen tot "de universele broederschap", en dat is de eenheid van al wat leeft. In dit opzicht heeft de Vrijmetselarij vele voorgangers, maar een historische samenhang is nooit bewezen. 

Huidige vorm 

Wat de huidige vorm van Vrijmetselarij betreft kan men het gebruik van bouwsymboliek duidelijk in verband brengen met de oude metselaars- of bouwgilden. Men moet zich wel afvragen of de maçonnieke lering, zoals wij die kennen, al in de gilden werd onderwezen. Er bestaat nu nog een Frans operatief verbond van rondtrekkende gezellen, de "Compagnonnage", waarvan wij weten dat de kandidaten leren dat hun werktuigen symbolen zijn van diepere kosmische wetten en waarheden, en dat hun levenshouding daarmee in overeenstemming moet zijn. 

Men kan hieruit concluderen dat dit ook in operatieve bouwgilden gebeurde. Of dit voor andere gilden gold is niet bekend. In ieder geval heeft de hedendaagse Vrijmetselarij nog veel overeenkomsten met de bouwgilden, zoals de rangorde : leerling, gezel en meester, het begrip "Loge" voor werkplaats, het kiezen van de meester en andere functionarissen van de Loge en het gebruik van bouwwerktuigen als symbolen. 

Dat een leerling leert zijn werk in groter verband te beschouwen komt zowel het werk als de werker ten goede. Wordt er op de juiste wijze een beroep gedaan op onze innerlijke moraal dan raakt dit tevens onze intuïties. Dit is het mysterie waaraan zowel de Compagnonnage als de Vrijmetselarij hun leven en bloei te danken hebben.

Het gevoel van solidariteit, van broederschap, van eenheid is de belevenis die door de Compagnonnage, door de Vrijmetselarij en door andere mysteriescholen wordt beschreven als de meest waardevolle. Deze verwantschap is geen bewijs van afstamming in de vorm maar er loopt een rode draad door alle wegen die zijn bewandeld op de pelgrimstocht naar het licht van meer bewustwording en (zelf)kennis.

Wij weten uit archieven dat de bouwgilden opdracht kregen van de Orde der Tempelieren. 

Of de contacten uitsluitend zakelijk waren is niet bekend en er is ook geen bewijs voor de bekende overlevering, dat aan vervolging ontkomen Tempelridders, in Schotland verbinding zochten met de Vrijmetselarij. Het is moeilijk historisch vaststaande feiten te verzamelen over besloten genootschappen.

Hoe dan ook, vele tradities en overleveringen hebben de tand des tijds kunnen weerstaan. Eén van deze tradities schrijft de Vrijmetselarij verwantschap toe met de oude mysteriën, met de Manichaeërs, de Katharen, de Waldenzen, de Tempelieren, de Graalridders, de Troubadours, de Kabbalisten en de Alchemisten. Dit gegeven en het feit dat in de verschillende graden die de Vrijmetselarij kent de leringen van deze groeperingen terug te vinden zijn, wijst erop dat men de verwantschap gevoeld of zelfs geweten heeft. Het contact met, de als Rozenkruisers bekend staande geleerden in de 17e eeuw, staat wel historisch vast. De vraag is of deze dragers van een verborgen traditie de bouwgilden uitgekozen hebben om deze traditie voort te zetten. Vele feiten pleiten voor deze veronderstelling.

 Onderzoek heeft vooral in Engeland een serie oude manuscripten over de bouwgilden en hun regels, "Constitutions of Charges" genaamd, aan het licht gebracht. Deze zijn in Nederland bekend als "Oude Plichten". Het oudste op perkament geschreven boekje uit ongeveer 1390 is bekend als het "Regius-" of "Halliwell-manuscript". Uit het begin van de 15e eeuw kennen wij het "Cooke-manuscript", in 1861 voor het eerst uitgegeven door M. Cooke en naar hem vernoemd. Het bevat de geschiedenis van de "waardige wetenschap der Geometrie" en de plichten van de Vrijmetselarij. Een vertaling hiervan is te vinden in een boek van P.J. van Loo, getiteld "Inleiding tot de geschiedenis van de Vrijmetselarij".

Men kent verschillende door de bouwgilden gebruikte handschriften, o.a. de Constituties van de "Bruderschaft der Steinmetzen". In één van hun overleveringen wordt Albertus Magnus genoemd, die in de 13e eeuw de Gothische bouwstijl zou hebben geïnspireerd. Bij de geschriften van de Franse Compagnonnage is er verwezen naar vele figuren die in de Vrijmetselarij een grote rol spelen. Dergelijke legenden schijnt men nauwelijks te kennen bij andere gilden en dat is misschien de reden dat juist het bouwgilde met zijn esoterische, op de geometrica gegrondveste leringen, de mastiekgeïnteresseerde leken aantrok.